Zilver Water
Zilver Water

Een magisch-realistische novelle



bindwijze: paperback
formaat: 14 x 21,5 cm
omvang: ca. 80blz.

prijs: 9,50
ISBN-13: 978 90 6556 732 5
ISBN-10: 90 6556 237 0

verschijningsdatum: oktober 2007

Klik hier voor de inhoud van het boek
Klik hier voor het eerste hoofdstuk

Inhoud van het boek

Na zijn jeugd doorgebracht te hebben in de grote stad (zonder vader, want die heeft op jonge leeftijd gekozen voor zijn dood), trekt de ik-figuur gretig en onbevangen de wereld in. Hij reist door Afrika en laaft zich aan haar grillige schoonheid. Avontuurlijke ontmoetingen, bijzondere dromen en metafysische ervaringen vallen hem ten deel.

Als hij is teruggekeerd, is niets meer hetzelfde. Het nieuwe vergezicht vecht om voorrang en ongenadig voeren de tegenstrijdigheden hem langs de spelonken van zijn ziel. Ook de confrontatie met zijn schaduw blijft niet uit. Zijn tomeloze nieuwsgierigheid wordt geblust en raakt uiteindelijk ingebed in stil verdriet.

Tot zijn neef bij hem intrekt. Dit is het begin van een reeks ongrijpbare gebeurtenissen, waarbij de ik-figuur wordt geconfronteerd met de patronen in de tijd, die verleden en toekomst haarscherp verbinden. ‘Misschien’, denkt hij, ‘is ieder leven in zichzelf onvoltooid en wordt het pas gecompleteerd door het leven van een ander.’

Door alle gebeurtenissen op een spoor gezet besluit hij dit te volgen. Hij reist af naar het oude Mesopotamië, waar hij met een team jonge wetenschappers op zoek is hij naar het onbetwiste bewijs, dat ons denken over ruimte en tijd voorgoed zal veranderen. Maar het land biedt hem vooral iets waar hij niet naar op zoek is: de onthulling van zijn persoonlijk mysterie.

Zilver Water plaatst een eeuwenoud en universeel thema - de mens die ongeduldig op zoek is naar zijn bestemming - in het hart van de moderne tijd. Heen en weer geslingerd tussen rationaliteit en intuïtie speelt de auteur met de grenzen van de werkelijkheid. Paradoxaal, poëtisch, meeslepend, onbarmhartig.


---


Hoofdstuk I

Mijn voeten staan in zilver water. Om mij heen is alles doortrokken van wonderlijk licht. Het parkachtige landschap is van een ongekende puurheid. Het water loopt in bochten door goudgeel zand. De bochten zijn afgezet met kleine luchtbelletjes. Iedere kleur heeft in zichzelf talloze schakeringen. Tegenstellingen vloeien in elkaar over. De rust die heerst, is van een intense vitaliteit.

Op de treden van het eenvoudige tempelgebouw staat een vrouw. Zij verenigt het mededogen van de oermoeder met de rechtvaardige kracht van vrouwe Justitia. Zij heeft mij lief. Haar ogen zien de dingen zoals ze zijn. Ik weet dat zij kennis heeft van hetgeen voor mij verborgen is. Zij weet wat mij te wachten staat, zij zal mij de richting wijzen die ik moet gaan.

In haar hand houdt zij het boek van mijn leven. Voor mij bestaat het uit louter onbeschreven bladen. Zij echter kan het lezen. Niettemin mag ik haar onder ogen komen en ziet ze mij vol liefde aan. Hoe bevrijdend is het om niets te verhullen te hebben, geen schuld of schaamte te voelen, geen onzekerheid over gemiste kansen en gemaakte fouten.

Natuurlijk vraag ik haar naar inzage in het lege boek. Ze lacht: 'Kennis van hetgeen je te wachten staat verzwakt je. Op de pieken zou je je afvragen of het je eigen verdienste is. In de dalen denk je dat het toch niet uitmaakt wat je doet. Het zou je afhouden van je inspiratie. Je onbevangenheid is je kracht. Die helpt je, trede voor trede, om je ziel naar de sterren te brengen.'

Ik ben naïef en onervaren. In mij voel ik het ongeduld branden om mijn horizon te verruimen. Hoe graag zou ik willen zijn zoals zij. Hoe snel kan ik gaan, en kan het niet sneller? Waar vind ik het begin van mijn weg omhoog?

Ze lacht om mijn enthousiasme. 'In je draag je een kleine, zuivere diamant. Door wat je leert zal zij laagje voor laagje groeien. Soms zul je denken dat het langzaam gaat, terwijl je juist aan het versnellen bent. Veel bagage heb je niet nodig. Ik zei al: je onbevangenheid is je kracht. Blijf open, kijk steeds om je heen en wees nieuwsgierig. Roep mij gerust als je het werkelijk niet meer weet. Ik heb ten slotte je boek gezien en weet dat je het kunt. Ik laat je daaruit drie beelden zien. Als je die ooit weer ziet, weet dan dat je op de goede weg bent.' En ik zie kort een grijnzend mannengezicht, een kraai in de blauwe lucht en een raam waardoor ik, schuin van boven, de straat in kijk. Diep van binnen slaan de beelden in mij neer.

'Waar begin ik?' vraag ik nog. Maar ik zie de vrouw niet meer staan en het landschap trekt dicht, met een gouden mist, sluier voor sluier, tot ik niets meer zie. Ik voel dat ik weggezogen wordt. De druk op mijn lichaam neemt toe en het ademhalen is zwaar. Het wordt zwart voor mijn ogen. Ik weet niet meer wat ik voel of denk. Geen waarneming meer, geen gedachten. Weggezogen in de tijd.