Gedichten De schoonheid is teer

De schoonheid
is teer
Zacht fluistert
haar adem
in de lucht
Je pakt haar beet, maar
het breekt
in twee
in duizend stukjes
Het past niet meer
Zij kan alleen opnieuw ontstaan
ruimte krijgen
langs nieuwe wegen



In Allah's hand

In Allah's hand
speelt Krishna fluit
Maria danst en
Mozes zingt als nooit tevoren
De hemel komt tot leven
de aarde viert feest
het water vloeit
in de dansende zon



Als de draak de kop op steekt

Jong was je nog
toen jij je leven liet
Ver weg brandt de pijn
Wees stil
daar binnen
Als de draak de kop op steekt
huil ik
Als de vogel zingt
lach ik
En ik bid
als de zon schijnt



Weerloos

Verscheurd is hij
door het splijtend verdriet
van de liefde die hij vergat
Kil en onverschillig wandelt hij voort
Geen vermaak, geen lach, geen vriend'lijk woord
Het leven heeft hem verlaten
en hij voorkomt heldhaftig
dat zij weer binnentreedt
Hij is sterker dan het leven
Denkt hij

Weerloos is hij
tegen het gras
dat zachtjes kriebelt
en wuift in de wind



Uitstekend

Als je in je leven
over iedere dag kunt zeggen
dat je het
wel aardig
hebt gedaan

Dan heb je, waarachtig
uitstekend gepresteerd



Zomaar

Liefde die tot de horizon reikt
een ruimte zonder grenzen
Zomaar op een dag
'k Zou het een ieder wensen



Groot is de wereld

Lief kind
ik houd je lichaam
in mijn hand
Ik zal je voeden
dansen en zingen
streng zijn wellicht
Vasthouden zal ik
tot het tijd is
je los te laten
Ik kan het zien:
groot is je hart
groot is de wereld
waar jij morgen
in zult staan



Nergens wil ik wezen

Twijfel
Ik weet niet wat ik vragen moet
Hoe kan ik ooit weten
waar, wanneer en hoe
De twijfel is mijn metgezel
Nooit grond onder mijn voeten
Geen structuur, geen benul
los van ied're regel
De wolk, de boom, het huis
Nergens wil ik wezen
Nergens ben ik thuis
Geen idee heb ik
van taal, geluid of beeld
Hoe kan ik vinden
Ik weet niet wat ik zoek



Narcisme

De glooiing van je heupen
De nagel van je teen
je pink en al je vingers
de spieren van je been

Het haar achter je oren
het ooglid dat zich sluit
de zijkant van je knieën
de welving van je kuit

De haartjes op je scheenbeen
het hoekje van je tand
je ranke schouderbladen
de lijnen van je hand

Voor mij ben jij een wonder
nooit raak ik verveeld
Uren kan ik kijken
naar mijn spiegelbeeld



Voor altijd

Eens liep ik als een kind
op de groene aarde
Die - voor mij nog onbewust -
ons lief geheim bewaarde

Goed voelde ik mijn voeten
In het vochtig gras
Ik dacht, of zou graag willen
Dat dit voor altijd was